Helllllluuuuuuuppppp

Weer een nachtje vriendschap, electriciteit en persoonlijke hygiene getankt en dan opnieuw….uitzwaaien. Familie Bauwens op trot naar Dedoplistskaro

2 dagen offroaden dus stockup-shopping stond hoog op de planning. Alleen niet zo makkelijk als uw kinderen mopperen over t brood en geen lokale ontbijtgranen lusten, een maag hebben die blokkeert bij elk fruitje of groenteke uit de talrijke stalletjes…. Soit, uiteindelijk 3 winkels en een marktje nodig gehad voor we onze gebruikelijke kip en patatten, gehakt en pasta verzameld hadden (samen met veeel water, chips, koeken, frisdrank – iets simpels als spaghettisaus is hier quasi onvindbaar enkel tomatenpassata en kruiden waar we niks van snappen). Bij de fruitverkopers ook wel veel gratis gekregen door onze charmante rosse playboy uit Beveren-Leie.

Wij moesten vervolgens de auto voltanken en ook nog even langs het visitor centre voor een extra permit voor ‘t nationaal park (5 gel pp, 5 gel auto en tevens 5gel pp voor overnachting) en wat advies (“don’t step on the snakes that live in the high grass”). 

Opnieuw een beetje bureaucratie met een mevrouw die ons in t Engels alles uitlegde en dan een andere vrouw die enkel de officiele tickets mocht schrijven en het geld in ontvangst mocht nemen. Gekke was, ze moest al onze namen fonetisch overnemen in het Georgisch schrift… begint maar es…. Na uiteraard weer een kopietje van ons eerder papier uit Tbilisi en een nietje op de juiste plaats konden we er aan starten… YESSS! Of toch maar een kleine yes? Die slangen in de woestijn… toch inieminiebeetje met een klein hartje … zo stoer zijn we helemaal niet 😉

Ountravela Route 6 klonk veelbelovend en als eerste stopje vonden we een verlaten Russische legerbasis waar de hangars en een bommenwerper gewoon aan de natuur overgeleverd zijn…. Ondanks de smeltende temperaturen toch eventjes uit de auto. 

Vervolgens deed de route een parcours op de ridges van het Vashlovani Nationaal Park… Het begon rustig maar dan namen we ergens per ongeluk toch een stuk dat we initieel niet gepland hadden en begon de miserie. 3x raden wie net weer aan t stuur zat… de route hobbelde steil het pad naar boven en opnieuw op een kei cruciaal moment viel ik stil. Does it ring a bell? Geen steen te bespeuren en geen enkele mogelijkheid om Christoph t stuur te laten overnemen. Het was namelijk zo steil dat ik met handrem en rem op achterwaarts bolde en moest zigzaggen langs de afgerond (ok, mss stonden er eerst nog struiken maar zo voelde het) Tot blijtens toe probeerde ik de orders van Christoph op te volgen in de hoop de remmen niet kapot te trappen van pure schrik…. 

Het werd een ware relatiecrisis met Ava als bemiddelaar op de achterbank die me probeerde moed in te praten terwijl er buiten de auto een paar extra godverdommes weerklonken die nu niet bepaald hielpen om de bestuurders-mojo te vinden. (Tot vandaag vragen de kindjes als ik t stuur pak, ge gaat toch niet weer wenen eh mama)

Christoph reed verder terwijl ik bekwam en we kwamen op een stenenhobbelding terecht waar ik meermaals mijn ogen sloot of riep van put put puuuuuuut. We probeerden het voor de kids luchtig te houden door te zeggen van “amai een gratis roetsjbaan” maar stiekem knepen we hem wel alletwee. En dat bij 40graden! 

Eindelijk voor het eerste checkpoint vonden we een picknickplaatsje. Snel naar buiten met ons appeltjes en water voor de korte wandeling. We werden helaas verjaagd door wespen die meteen Noah te pakken hadden. Er zat niets anders op dan de wandeling tussen de pistachenoten-bomen over te slaan en onze appel in de auto tussen de panikerende kinderen op te eten… ok, slangen en wespen… what’s next. 

Een halfuurtje hobbelen en puffen later kwamen we aan bij de grenspolitie. De route zit immers pal aan de grens met Azerbijan dus we hadden speciaal in Tbilisi papierwerk in orde gebracht om de route te mogen rijden. Weet je nog dat ik schreef dat ze Lia haar 2e naam verkeerd spelden, wel…. Dat bleek niet ons grootste probleem te zijn. We hadden dan wel een afgestempelde permit, maar er ontbrak een handtekening. Tot zo ver kregen we het uitgedokterd in een mengeling van Engels en Russisch. Verder was het gebarentaal en vooral veeeeeel wachten, telefoneren, nog eens wachten, walkie talkies, nog eens wachten en telefoneren. Tot daar eindelijk onze paspoorten en papier terugkwamen met een extra handtekening. No clue wie die uiteindelijk had mogen zetten, maar we konden verder! Alleen uiteraard veel stomme tijd verloren door dat voorvalletje (en onze verkeerde afslag eerder de dag naar het level 3 stukje route) 

Na het checkpoint kwamen we in het echte hart van het park en bevonden we ons automatisch op Route 7, Vashlovani getiteld! Grote canyons, de savanne met pistachebomen en bloedhete steppe met grazende gazelles. Volgens ons boek wonen er ondertussen opnieuw een 20tal gazelles (door de landbouw bijna verdwenen uit de regio rond 1960)… en guess what. Het duurde niet lang of we konden er meermaals spotten…. Wel 16 konden we er afvinken als echte wildlife-spotters! En nee dat waren niet diezelfde 2 die ons volgden 😆

Door het late uur en de dichtgeknepen billen die genoeg hadden van al het gehobbel, sloegen we t allerlaatste stukje over en draaiden we af richting Route 8 Chachuna waar we een overnachtingsplaatsje zochten (de woorden van de visitor centre mevrouw indachtig speurde ik naar niet al te hoog gras).

Uiteindelijk vonden we een perfect plaatsje aan de Lori rivierbedding. 10x liever muggen dan slangen nietwaar? Ondanks het modderige strand besloten we toch de kids effe af te koelen in de rivier alvorens we als volleerde koks een slaghetti boven toverden. 

Niet lang daarna vluchtten we allen richting onze tent in de hoop de muggen te laten afbollen want zelfs met muggenspray prikten ze door ons broek.

Overnachting: wildkampeerplek kort voor checkpoint 1 op route 8 (maar na de aangegeven Ountravela camping plaats want daar vonden we t gras te hoog en stonden we zo pal op de route – wisten wij toen veel dat we de enige zotten in t park waren)

Toen we opstonden rond 7u was het al 26graden en de temperaturen klommen alleen maar verder doorheen de dag tot net onder de 40 graden. De woestijn dus…. Alleen had ik me dat veel zanderiger voorgesteld ofzo? 

Route 8 reed door maanlandschappen en stukjes bosjes waar we altijd te laat waren om de prachtige blauwe vogels te fotograferen. En na een uurtje en wat border politie kwamen we alweer op de volgende 4×4 track. 

Bij de start van route 9Lori Plateau, was een groot stuwmeer, het Dalis Mta Reservoir… zwemmen was een dikke hit bij de kids! We dobberden een dikke 2uur tussen de vissen en we picknickten/ontbeten op het steenstrandje met enkel 1 vissersduo aan de oevers. We hadden t helemaal voor onszelf! 

Vervolgens reden we naar Takhti-Tepha, kleine pruttelende moddervulkaantjes die iets impressionanter waren op de drone foto’s in ons boek dan de realiteit. Misschien kwijnen ze zelf wat weg nu bij deze puffende temperaturen? Lia was onder de indruk en fotografeerde mee, Ava dutte liever verder in de auto. 

Ook de tweede reeks vulkaantjes aka Kilakupra stonden op het programma, die spuwen namelijk een olie achtige substantie die ruikt naar versgegoten asfalt. Het was effe lastig om er te geraken en verdorie warm maar we vonden ze gelukkig snel! 

Naarstig reden we verder richting Kolagiri waar er een klooster in de rotsen uitgehouwen is. Alleen, het universum had andere plannen…Ik laat de beelden hieronder voor zich spreken…

Christoph mispakte zich in een modderige sectie en voor we t wisten was t gans om zeep. We zaten muuuuurvast. Kids uit de auto en onder de enige schaduwboom zonder hoog gras. Gek te zien hoe ze allen anders reageerden. 

  • Noah ging mediterend stil op een boomstronk zitten en staarde verslagen voor zich uit
  • Lia begon totaal te panikeren over beesten rondom en wilde koppig vanonder de boom uit & hing in de kortste keren ook onder de modder wat dan een ander paniekmoment opleverde, want ik weigerde ons laatste water op te offeren voor een proper been 
  • Ava met het praktische brein van haar vader wilde constant alternatieven aandragen om het probleem op te lossen. Alleen, mama en papa liepen onpedagogisch hard te foeteren en gilden alleen maar “ga terug onder dieje boom” .

Takken werden aangesleept, de pan werd gebruikt als schep om modder en water te baggeren… uren waren we in de weer (geen beelden van, te hard werkend eenmaal we de kids onder die boom gekregen met t picknickdekentje en de ipad). Het rotte was, we hadden al 2 hele dagen geen enkele andere auto in het nationaal park gezien… niemand… noppes…nada. Wonderbaarlijk genoeg was het wel een stuk waar er voor 1x eens gsm ontvangst was. Dus we voelden ons toch min of meer veilig.

Ik postte op de Facebook groep van Ountravela de vraag of iemand in de buurt was. Het regende meteen steunbetuigingen en foto’s van mensen die op exact dezelfde plaats vastgezeten hadden. Alleen, vaak met 2  auto’s en dus makkelijk weer bevrijd… wij hadden maar tractie op 1 wiel en al wat we probeerden was echt tevergeefs.

Onze vrienden zaten ondertussen al de Armeense grens over en op minstens 5u rijden. Veel konden ze dus niet doen, maar het voelde anderzijds ergens wel goed dat iemand wist waar we waren al was de keerzijde 5 ongeruste Belgskes aan de andere kant van de bergen 🥲. 

Ten einde raad stuurden we Zura een berichtje met de melding dat we vast zaten en of hij een suggestie had wat we nog konden proberen. Hij stuurde enkel een 😂 smiley. 

Ik bestierf het bijna, dit was na uren proberen oplossen echt niet grappig… maar bon, 10 zeeeeeer lange minuten later belde hij en probeerde hij ons uit te leggen hoe we de differentiaalknop konden gebruiken. De noodknop zeg maar. We besloten het een half uurtje te geven en zouden dan desnoods terugbellen om ons eruit te komen laten trekken. Hij wilde absluut niet dat we de cavalerie en brandweerteams via 112 zouden bellen zoals sommige toeristen wél doen… hij wist zelfs perfect waar we waren, dus vast niet de eerste keer dat ie telefoon kreeg…

Soit, we reden voorwaarts achterwaarts en baanden ons eigen spoor letterlijk millimeter per millimeter. Het zwarte roet spoot uit de uitlaat, maar dat was een kleintje want het hele auto interieur en wijzelf hingen al onder de vieze modderspetsen… yes… we geraakten eruit. Man man, ter plekke kamperen met onze laatste 8L water was dan toch niet nodig! Oef zeg… de opluchting was gigantisch…

Snel bolden we de laatste plassen door (snelheid is de boodschap!) en we namen vlot de verborgen brug tot aan de wildkampeerplek uit het boek en gingen ons afspoelen in de rivier. De modder hing echt overal…

En dan denk je van “yes einde van de dag”, maar nee… t universum had nog een allerlaatste verrassing…. Ineens hoorden we onweer knallen en zagen we bliksemschichten…. 

Snel schakelen, we sjorden met ons zeil een shelter over de daktent en onze niet zo waterdichte gewone tent. Al snel plensten de eerste regendruppels terwijl de wind in sterkte toenam. Onze giga frigobox die de shelter opspande, werd weggeblazen, de nestelogen van het zeil scheurden verder door dus we bonden echt alles verder vast met wat we vinden konden. Al snel schommelden waterbidons aan een aux-kabel en stonden Christoph en ik zelf als paal het zeil tegen te houden zodat de tent met 3 kids toch ietsofwat droog bleef. Gezien buiten koken met dat weer niet zou lukken, mochten de kids een avondmaal samenstellen met alle koekjes en snoepjes die ze nog vinden konden in onze tas…. Hun geluksdag! 

3u regen kregen we op ons dak & Christoph fotografeerde een prachtige bliksem net boven onze kop…. We gingen allemaal snel slapen zodra de wind was gaan liggen en het zeil zonder babysitters kon.

Overnachting: wildkampeerplek net na de hidden bridge uit het Ountravela boek.

We overleefden de nacht zonder al te veel waterschade en nog voor we het vervolg van Route 9 konden rijden, je raadt t nooit… een tegenligger die aan onze auto passeerde. Met een gewone stadswagen! Ongeloofelijk! No way dat die door die modder kon dus inderdaad… half uur later passeerde hij opnieuw. Wie weet gewoon ne local die een centje bijverdient door toeristen te gaan slepen na een eenzame nacht in de modder? 

Onze eerste wapenfeit was een landschildpad spotten. Uiteindelijk vonden we er doorheen de route nog een paar die we gelukkig telkens mooi konden ontwijken. De toegang tot de Kolagiri grotten was een rechtendoortocht avontuur op de rotsen.  Leve wel de 10graden frisser na t onweer, bij 40graden waag je je gewoon niet bergop zonder wandelpad!

Er liep uiteindelijk een heeeel smal padje aan de kam van grot tot grot. Christoph waagde zich naar boven, terwijl wij toekeken.

Het tweede rotsklooster Sabereebi was iets duidelijker toegankelijk. Ooit iets meer dan 100 kamers die helemaal met de hand uitgehouwen waren in 6e-8e eeuw. Je zag ook dat ze het iets meer als toeristenspot uitbaten want er stonden zelfs stellingen gemonteerd om verder instorten te voorkomen. Het geheel stond uit 5 grotjes met smal pad. De laatste grotjes hadden de best bewaarde rotschilderingen. Het was best spannend maar samen met de hagedisjes schuifelden we bergafwaarts terwijl ik hier en daar een glibberend kind tegen hield en mezelf afvroeg waarom het eerder een goed idee leek om de sneakers en sandalen aan te houden…. Onderweg naar beneden vonden we nog een slangenhuid en mysterieus slangen(?)ei.

Ok, tijd voor beschaving, de volgende stop was het stadje Udabno. Uiteindelijk zaten we er 3 uur, blij dat we ergens terug mensen zagen en eten konden scoren. We praatten wat met Duitsers, gebruikten de wifi om te bellen met het thuisfront vr de meisjes en genoten gewoon van effe op ons gemak ergens te zitten zonder dat onze ingewanden door elkaar geklutst werden. 

Na de laaaaaange lunch was het tijd om nog even bij de Rainbow Hills te gaan piepen. Ze konden niet echt tippen aan de kleurrijke rotsen waar Lia in Amerika een unicorn zag, maar het kind was doodcontent met een gevonden groene steen. Na 2dagen billen knijpen in de Toyota, was ik weer tot chauffeur gebombardeerd (nultolerantie hier en Christoph dronk een lunch-pintje) en ik hield de route liefst meteen voor bekeken. Beetje overload aan putten en schrik om weer ergens vast te zitten.

En even leek er weer een nieuwe challenge. De brug was gans kapot gebrokkeld… we besloten het te wagen om ernaast door de droge rivier te rijden. Heel steil in en uit, maar onze monstertruck kon het, al hoorden we wel de onderkant duchtig over de grond schrapen. 

De andere toeristen dropen af (later gelezen dat ze daar ergens verderop links ervandaan (wij keken enkel rechts) een zijbaantje maakten dat haalbaarder is) 

Bij het laatste klooster Natlismtsemeli met de ontoegankelijke toren stuurden we opnieuw enkel Christoph en Lia op pad, iemand moest de auto, slapende Noah en het zakje snoep bewaken, nietwaar? 

Voila, route 9 zat erop. Nu restte ons enkel nog het beroemde David Gareje en Udabno klooster op de grens met Azerbijan. Een prachtig complex dat ze heel mooi aan t restaureren zijn. We zagen zelfs een paar monikken en werden vriendelijk verwelkomd door de grenspolitie die ons exact zei hoe ver we mochten wandelen. 

Initieel was ons plan om verder door te steken naar Armenie voor 5/6 dagen. Alleen, de Persyns hadden al 2dagen voorsprong op ons en we hadden t effe gehad met kilometers vreten en rushen. Moeilijk, maar we besloten er een maand Georgië van te maken en het extra land te skippen (misschien nadien toch ook wel wat spijt?) 

We reden terug nr Udabno voor een overnachtingsplekje. De camping waar we s middags in het restaurantje aten was ondertussen gesloten. We gingen in het restaurant van de rooftopbar vragen hoe het zat met dat bordje “camping” aan hun gevel en mochten gratis in hun tuin kamperen en het sanitair gebruiken. Uit dankbaarheid aten we hun halve menukaart met zicht op het boerderijleven en sampleden we het lokale Georgische bier.

Overnachting: tussen de koeien in de tuin van restaurant Terrace, de witte rooftopbar in de hoofdstraat met kleurrijke bloembakken op de gevel. Ernaast is een hostel met cabins en de echte camping “Oasis Club”. De Poolse eigenaars serveren er ook een ontbijtbuffet aan 25 lar pp. 

Restaurant: რესტორანი,,უშბა” lunch en ijsjes aten we in t eerste restaurantje dat we tegenkwamen. Geen westerse naam… gewoon een bordje “welcome”, een terras en buiten een stuk camping met grote overdekte picknicktafels. We aten daar de halve kaart voor ongeveer 157 lar. Vooral de kip, varkensvlees en de bonen met een lekker sausje vulden onze buikjes.

Restaurant: Rooftop terrace. Opnieuw een kleine menukaart maar vriendelijk personeel dat alles vertaalde en ze staken zelfs speciaal de bbq in gang om 2 brochettes te grillen voor ons. 155 lar maar hej in de middle of nowhere en honger dus wij keken vandaag niet op een centje meer of minder aan eten.

Plaats een reactie